Pad test urineverlies meten en uitslag begrijpen - VGZ

Urineverlies meten met de pad-test

Hier leer je hoe je met de pad-test thuis je urineverlies meet en wat de resultaten je vertellen. Ook vind je passende tips, materialen en vervolgstappen bij verschillende mate van incontinentie.

Wil je weten hoeveel urine je verliest?

Met een pad-test (het Engelse woord voor verband) kun je thuis eenvoudig het urineverlies per 4 uur meten. Lees hoe je deze test goed uitvoert, en wat je kunt doen om urineverlies te verminderen.

Urineverlies meten met de pad-test in 3 stappen

Een pad-test doe je in 3 simpele stappen. Deze stappen vind je hieronder. Tip: maak tijdens de test notities, zodat je weet wanneer je urine verliest en hoeveel.



Bespaartip
Stap 1: start de test

Weeg een inlegger, verband of ander incontinentiemateriaal én een (bijbehorend) afvalzakje op een keukenweegschaal. Noteer het gewicht. Plaats dan de inlegger in je ondergoed. Ga verder met je normale dagelijkse bezigheden. Ook de activiteiten waarbij je normaal gesproken veel urine verliest.

Stap 2: houd je urineverlies bij

Als je je inlegger vervangt (bijvoorbeeld na toiletbezoek), plaats deze in het afvalzakje. Weeg deze opnieuw en noteer het gewicht. Trek het gewicht van de droge inlegger samen met het afvalzakje af van de natte inlegger in het afvalzakje. Dit verschil geeft het urineverlies aan.

Gebruik je ’s nachts of op bepaalde momenten een ander soort inlegger of verband, dan moet je deze voor en na gebruik samen met het afvalzakje op dezelfde manier wegen.

Stap 3: bereken je urineverlies

Herhaal dit 4 uur lang. Het eindresultaat is het totale verschil van alle inleggers die je hebt gebruikt. Je weet nu hoeveel urine je gedurende de dag verliest en op welke momenten. Doe de test een paar dagen om een goed gemiddeld beeld te krijgen, of herhaal de test een aantal keer tijdens momenten waarin je veel urine verliest.

Wat kun je met de uitslag?

Na de pad-test heb je een goed beeld van hoeveel urine je verliest. Nu kun je kijken hoe groot het probleem is, en wat je er tegen kunt doen. De hoeveelheid hieronder is per 4 uur weergegeven.

25-100 ml

Je verliest af en toe wat druppels urine. Dit noemen we lichte incontinentie. Dit kan verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld medicijnen, zwangerschap of overgang, en leefstijl. Je kunt vaak iets doen tegen lichte incontinentie.

100-200 ml

Je verliest scheuten urine. Dit is matige incontinentie. Nadat je urine verliest, kun je nog naar de wc omdat je nog urine in de blaas hebt. Dat kan komen door medicatie, leefstijl, zwangerschap of overgang. Je kunt hier vaak iets tegen doen.

Meer dan 200 ml

Je verliest veel urine. Je hebt geen controle meer over je blaas. We spreken van zware incontinentie. Neem dan contact op met je huisarts. Word je urineverlies na een tijdje weer minder?

Waar moet ik op letten bij incontinentiemateriaal?

Incontinentiemateriaal is een tijdelijke oplossing voor ongewenst urineverlies. Het helpt om urine op te vangen en geurtjes te voorkomen. Wil je urineverlies voorkomen, lees dan onze tips!

Welk materiaal past bij mij?

Inleggers, slips of speciale broekjes. Er is veel verschillend incontinentiemateriaal om urineverlies op te vangen. Welk materiaal het beste is, hangt af van je persoonlijke situatie.

Continentiecentrum adviseert om verschillende producten te testen. Zo weet je wat het beste bij je past, welke maat je nodig hebt en of je huid goed reageert op het door jou gekozen materiaal.

Wat krijg ik vergoed?

Wij vergoeden incontinentiemateriaal vanuit de basisverzekering. Je kunt een vergoeding krijgen als je eerder behandeld bent voor incontinentie en de klachten niet zijn verminderd of opgelost. En je door de klachten het materiaal moet blijven gebruiken.

Ook krijg je een vergoeding voor (beschermende/wasbare) onderleggers als je een bijzondere individuele zorgvraag hebt. Bespreek dit met je zorgverlener

Veelgestelde vragen over urineverlies meten met de pad-test

  • Weeg eerst een droge inlegger of verband samen met het afvalzakje en schrijf het gewicht op. Draag het materiaal tijdens je normale bezigheden en weeg het na gebruik opnieuw. Het verschil in gewicht laat zien hoeveel urine je hebt verloren.
  • De test duurt 4 uur per keer. Voor een beter gemiddeld beeld kun je de test een paar dagen doen. Je kunt ook meten op momenten waarop je meestal veel urine verliest.
  • Bij 25 tot 100 ml per 4 uur gaat het vaak om lichte incontinentie. Bij 100 tot 200 ml is er meestal sprake van matige incontinentie. Bij meer dan 200 ml verlies je veel urine en is contact met de huisarts verstandig.
  • Dat hangt af van je situatie en van hoeveel urine je verliest. Er zijn bijvoorbeeld inleggers, slips en speciale broekjes. Het kan helpen om verschillende producten te proberen en te kijken wat prettig zit en goed werkt.
  • Een vergoeding is mogelijk vanuit de basisverzekering. Dat kan als je eerder bent behandeld voor incontinentie en je klachten niet minder zijn geworden of niet weg zijn. Ook voor onderleggers kan soms een vergoeding gelden bij een bijzondere zorgvraag.

Meer informatie en tips?

Lees meer over incontinentie